50 tech startups mee naar Las Vegas
27 oktober 2017
VNO: € 200 mln regionale compensatie voor btw-verhoging
30 oktober 2017
Laad alles

Brede welvaart laagst in drie grote steden en uiterste noorden en zuiden

 UTRECHT – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Groningen, Zuid-Limburg en Flevoland scoren het laagst in de brede welvaartsindicator. Friesland, de oostelijke provincies, Utrecht, Noord-Brabant en Zeeland scoren het hoogst. 

Dat blijkt uit de tweede editie van de Brede Welvaartsindicator (BWI) die Rabobank Research en Universiteit Utrecht samen hebben ontwikkeld. In de indicator worden niet alleen economische indicatoren meegewogen (besteedbaar inkomen per huishouden, werkloosheid, flexibilisering arbeidsmarkt), maar ook omgeving (woontevredenheid, veiligheid, milieu), maatschappij (sociaal netwerk, opleidingsniveau, openbaar bestuur) en persoonlijk welbevinden (geluk, balans werk/privé, levensverwachting). Na de nationale cijfers in de eerste editie, hebben de onderzoekers dit keer voor het eerst ook regionale verschillen in beeld. Landelijke gebieden scoren op de balans tussen werk en privé, woontevredenheid, veiligheid en milieu hoger dan stedelijke gebieden. Die laatste scoren echter beter op opleidingsniveau en besteedbaar inkomen.

De brede welvaartsindicator werd ontwikkeld omdat de traditionele economische maatstaf, het bruto binnenlands product (economische groei), alleen marktproductie meet en niet aspecten van welvaart die mensen ook belangrijk vinden, zoals gezondheid en veiligheid. Dit knelpunt wordt breed erkend door economen. De OECD ontwikkelde de Better Life Index, de VN kwam in 1990 al met de Human Development Index en de EU ontwikkelt een maatstaf onder de vlag ‘GDP and Beyond’. In 2016 adviseerde de tijdelijke Tweede Kamercommissie Brede Welvaart een jaarlijkse CBS-monitor Brede Welvaart te publiceren. In het publieke en politieke debat spelen de beschikbare cijfers hierover nagenoeg geen rol, constateerden zowel de Kamercommissie als het CBS.

Comments are closed.