Wat is een ecosysteem voor ondernemerschap?

Een Ecosysteem voor ondernemerschap  is een samenhangend geheel van ‘ambitieuze ondernemers’ en hun markt- en institutionele omgeving. Ambitieus staat hier voor ondernemend in Schumpeteriaanse zin, waarbij de ambitie zich bijvoorbeeld kan uiten in innovatie, groei, het gebruik van  hoogwaardige technologie en export. Een exacte definitie van wat een dergelijk ecosysteem is, is er niet. De Adviesraad voor Wetenschap en Technologie (AWT, 2014) citeert de Utrechtse hoogleraar Erik Stam:

«Een samenhangende verzameling spelers, die zodanig gestuurd worden, dat ondernemend handelen gestimuleerd wordt.»

AWT citeert ook een complexe omschrijving uit een paper van de OESO (Mason & Brown, 2014):

«Een verzameling samenhangende ondernemende spelers (zowel potentieel als actief), marktpartijen (b.v. bedrijven, durfkapitalisten, business angels en banken), instituties (universiteiten,  overheidsagentschappen en toezichthouders), en processen (de oprichtingsgraad van nieuwe bedrijven, het aantal snelgroeiende bedrijven, het aantal seriële en zeer succesvolle ondernemers, de mate van ondernemende ambitie en de maatschappelijke acceptatie van het verzilveren van successen), die in hun formele en informele  verbindingen van invloed zijn op de prestaties van een lokale ondernemende omgeving.»

Een vaak genoemd voorbeeld van een succesvol ecosysteem waarin ondernemerschap tot bloei komt is Silicon Valley in Californië. Lees meer.

Bepalende factoren

Daniel Isenberg, hoogleraar Entrepreneurship aan Babson College in Wellesley (Massachusetts), is de geestelijk vader van het concept  Entrepreneurship Ecosystem. Hij onderscheidt zes domeinen, die samen bepalend zijn voor een ondernemend ecoysteem:

Isenberg Core

bron: Isenberg (2011)

Erik Stam maakt in het ESB-dossier Ecosystemen voor ondernemen (2014), later aangepast in Stam (2015), een meer hiërarchische indeling van factoren. Hij onderkent randvoorwaarden (instituties, cultuur, infrastructuur en vraag), systeemelementen (netwerken, leiderschap, financiering, talent, nieuwe kennis, intermediaire diensten), outputs (innovatieve startups, snelgroeiende startups, ondernemende werknemers) en uitkomsten (productiviteit, inkomen, werkgelegenheid, welzijn).

causaal-schema-stam-2015

bron: Stam (2015)

Foster et al. (2013) vergelijken verschillende benaderingen van ecosystemen naar de mate waarin systemen nationaal  of regionaal gedefinieerd zijn, en het aantal indicatoren (of domeinen) dat onderscheiden wordt, om het functioneren van ecosystemen te beoordelen. Naast de elementen van Isenberg komen daarbij ook zaken innovatie en R&D aan de orde, algemene macro-economische omstandigheden en bestaanskwaliteit. Het unieke aan de benadering van Babson is de centrale rol van ondernemerschap.

Centrale rol voor de ondernemer

In de ecosysteembenadering van Babson draait het om de ondernemers zelf, als aanjagers van groei en innovatie, én om de infrastructuur waarbinnen ze ondernemen. De infrastructuur behelst zowel de faciliterende kant van het ondernemen (financiering, ondersteunend overheidsbeleid) als de netwerkkant: toegang tot markten, de aanwezigheid van kennisinstellingen zoals universiteiten en de ondernemende cultuur in de regio.

Auerswald (2015) legt uit de rol van ondernemerschap in de ecosystemenbenadering fundamenteel afwijkt van de meer traditionele benaderingen. In de traditionele economische theorie is (succesvol) ondernemerschap afhankelijk van een goed werkend ondernemingsklimaat, en hebben marktimperfecties en crises een blokkerende werking op het ondernemerschap. In de ecosystemenbenadering werkt het andersom: het ondernemingsklimaat moet het juist hebben van ondernemerschap, en bieden marktfalen en crises juist mogelijkheden voor ondernemers.

Er van uit gaande dat ondernemerschap een belangrijke drijvende factor achter de moderne economie is, kunnen goed functionerende ecosystemen bijdragen aan werkgelegenheid, groei en innovatie, met andere woorden aan concurrentievermogen – met andere woorden aan welvaart. Ecosystemen dragen bij aan de Return on Entrepreneurship.

Rol van de overheid

De overheid speelt op verschillende wijzen een  rol bij ecosystemen voor ondernemerschap. Verschillende soorten omstandigheden, ingegeven door het publiek belang, kunnen aanleiding vormen voor een actieve rol van de overheid: maatschappelijk belangen die (mede) geborgd dienen te worden door de overheid (Baarsma & Theeuwes, 2009). Marktfalen (gebrek aan concurrentie, informatieongelijkheid, prohibitieve transactiekosten, externe effecten, de productie van ‘publieke goederen’) is een belangrijk aanleiding voor overheidsingrijpen. Naast welvaartseconomische overwegingen kunnen ook politieke motieven (herverdeling, consumentenbescherming) aanleiding zijn voor overheidsingrijpen. In al deze gevallen is de rol van de overheid die van regelgever en toezichthouder.

In de context van innovatie en ecosystemen ligt de nadruk op systeemfalen: “het niet in voldoende mate aanwezig zijn van elementen van het innovatiesysteem (bijvoorbeeld bepaalde financieringstypen of kennisinstellingen) of een niet optimale interactie tussen deze elementen (bijvoorbeeld tussen bedrijven en kennisinstellingen)” (Stam, 2014a). Om systeemfalen aan te pakken heeft de overheid een stimulerende rol (bijvoorbeeld met innovatiesubsidies zoals de WBSO)  en/of een coördinerende rol, bijvoorbeeld door partijen bij elkaar te brengen. Dat laatste kan op nationaal niveau, zoals in het toepsectorenbeleid, en op regionaal niveau. In regionale ecosystemen zijn lokale en regionale overheden belangrijke organen. De overheid is dan niet alleen regelgever of toezichthouder, maar ook deelnemer.

Raakpunten met andere benaderingen

Samenhangende systemen van bedrijvigheid zijn niet nieuw in het economisch denken. Ecosystemen voor ondernemerschap hebben raakvlakken met andere theorieën en systemen, zoals de endogene groeitheorie, clusters, national systems of innovation, en de creatieve steden. Zie Stam (2015) voor een beknopt overzicht. De ecosystemen onderscheiden zich vooral van deze benaderingen door de concentratie op het belang van ondernemerschap en ondernemers, en de regionale component, die mede samenhangt  met het belang van de menselijke factor. Stam (2015) wijst daarbij op een methodologische onvolkomenheid: ambitieus ondernemerschap is zowel het resultaat van een succesvol regionaal systeem, als een bepalende factor voor het succes van het systeem. Die wisselwerking is beleidsmatig gezien mooi, maar wetenschappelijk gezien leidt het ook tot causaliteitsproblemen.

Endogene groeitheorie

De moderne endogene groeitheorie (zie bijvoorbeeld Neuteboom & Lukkezen, 2015)  stelt de groei van het bruto binnenlands product centraal. Deze groei valt uiteen in drie componenten:  groei van technologie, arbeid en kapitaal. Technologische groei omvat de toename van de beschikbare kennis  en de verspreiding van die kennis. Groei van de arbeid is de combinatie van groei van het aantal gewerkte uren en de groei van de arbeidsproductiviteit. Bij groei van het kapitaal wordt onderscheid gemaakt tussen publiek kapitaal (overheidsinvesteringen) en privaat kapitaal (investeringen door bedrijven).

De endogene groeitheorie heeft overlap met ecosystemen, in de zin dat in beide benaderingen toename en verspreiding van kennis essentieel zijn. Een belangrijk verschil met de ecosystemen is dat endogene groei op macro (nationaal) niveau betrekking heeft, met het bbp als uitkomst, terwijl ecosystemen vooral georiënteerd zijn op regionale systemen,   waarin ondernemers tot bloei komen. Deze ondernemers spelen in de endogene groeitheorie geen rol.

Recent Nederlands onderzoek (Erken, Stegeman & Thurik, 2016) laat zien hoe er op macroniveau een brug geslagen kan worden tussen de endogene groeitheorie en de ondernemerschap, door ondernemerschapsindicatoren als extra componenten toe te voegen, naast technologie, arbeid en kapitaal.

National/regional systems of innovation

Ondernemende ecosystemen zijn regionaal gedefinieerd; Silicon Valley is het schoolvoorbeeld. Mogelijk vanwege de beperkte omvang van  Nederland, is de discussie of Nederland beschouwd moet worden als één ecosysteem, of als een kader waarbinnen verschillende  ecosystemen functioneren. AWT (2014) gaat uit van één nationaal ecosysteem, een inventariserende studie in opdracht van het World Economic Forum (Foster et al., 2013), kiest voor een regionale benadering, waarin binnen landen verschillende ecosystemen naast elkaar kunnen bestaan.

De centrale plaats van de ondernemer en de regionale aanpak onderscheidt ecosystemen met de National systems of innovation, zoals in de jaren tachtig door economen als Freeman en Nelson & Winter vormgegeven. In die benadering ligt de nadruk op instituties en wetgeving en is daarom inherent minder aandacht voor de inbreng van de ondernemer als individu. In ondernemersecosystemen spelen instituties ook een belangrijke rol, maar gaat het ook om de netwerken van de ondernemers en de interactie met de instituties.

Ook de veelgeroemde WRR-studie Naar een lerende economie (2013) benadrukt het belang van het systeem. In de kenniseconomie haat het zowel om het genereren va nieuwe kennis als om de disseminatie van die kennis. Het (regionale) systeem van kennisinstellingen en bedrijven moet daar op ingericht zijn, zodat vernieuwende ideeën –of die nou uit de universiteit komen, of uit de laboratoria van grote bedrijven, of uit de praktijk van kleine bedrijven, of van klanten– hun weg vinden.  «Kenniscirculatie schraagt een lerende economie. Zo’n lerende economie tot stand brengen stelt eisen aan de organisatie van zowel onderzoeks- en onderwijsinstellingen als arbeidsorganisaties, en vergt bovendien een passende vormgeving van de nodige regulerende instituties. », aldus de WRR.  Voor de overheid betekent dat «… zo min mogelijk opereren vanuit het idee dat de markt gecorrigeerd moet worden met losstaande maatregelen (bijvoorbeeld in de vorm van r&d-incentives, het opleiden van extra technici of hulp bij financiering), maar zich bij voorkeur richten op het goed laten functioneren van het  innovatiesysteem als geheel, via het bevorderen van goede netwerken, stimulerende reguleringen, ondersteunende instituties en het formuleren van strategische richtingen waar partijen zich op kunnen oriënteren.»

Clusters

De regionale benadering van economische systemen is niet nieuwe. Alfred Marshall, een van de grondleggers van de moderne economische wetenschap, schreef al in 1890 in zijn Principles of Economics over het belang van clusters. Marshall wijst er bijvoorbeeld op, dat de aanwezigheid van bedrijven in een bepaalde sector tot specialisatie leidt, zodat een lokale arbeidsmarkt ontstaat met werknemers die sectorspecifieke vaardigheden bezitten. Clustering bevordert ook het ontstaan van gespecialiseerde toeleveranciers. De korte onderlinge afstand levert logistieke voordelen op, die efficiency  bevordert, en schaalvoordelen mogelijk maakt. Marshall wijst ook al op de rol van kennisstromen binnen clusters. Ondernemingen die in elkaars nabijheid opereren weten van elkaars activiteiten en kunnen van elkaar leren (knowledge spill over). Ondernemingen stimuleren elkaar daarmee om tot innovatie te komen. Het gedachtengoed van clusters is later door economen als Michael Porter, David Audretsch en Maryann Feldmann is uitgewerkt. Zie Weterings et al. (2007) voor een uitgebreide studie over de moeilijk aantoonbare relatie tussen clusters en economische groei, een waarschuwing voor de maakbaarheid van clusters

Het verschil tussen regionale clusters en ecosystemen is, dat clusters sectoraal homogeen zijn: een cluster is het samenspel van eindproducenten, toeleveranciers, gespecialiseerde investeerders en opleidingen, etc. Bij ecosystemen gaat het om een andere invalshoek, waarin de mate van ambitieus ondernemerschap sectoroverstijgend centraal staat.

Creatieve steden

Meer vanuit sociologisch-economische hoek (Richard Florida, Jane Jacobs, Richard Sennett) is de nadruk gelegd op de rol van steden als broedplaats van creativiteit, vernieuwing en groei. Raspe et al. (2015) gaan in op de economie van de stad, Hamers (2016) op de stad als podium voor experimenten en innovatie. De Groot, Ossokina & Teulings (2016) laten zien, hoe ook in Nederland steden dienen als groeiversneller voor de productiviteit en innovativiteit van hoger opgeleiden, waarvan de steden zelf ook weer profiteren.

In een recente paper (met een helder literatuuroverzicht) koppelen Florida et al. de inzichten van Jane Jacobs over stedelijke economie aan Schumpeteriaanse innovatie. Ze betogen dat steden, meer dan bedrijven, wezenlijk zijn voor innovatie.

Onderzoeksagenda

Ecosystemen voor ondernemerschap is een veld in ontwikkeling. Zoals Borissenko & Boschma (2016) aangeven, zitten er nog voldoende losse eindjes in, om het veld zowel wetenschappelijk als beleidsmatig interessant te houden. De auteurs wijzen onder andere op de noodzaak om causaliteit scherp af te bakenen (wat is oorzaak, wat is gevolg), op het belang van een goede regionale afbakening, en op de wenselijkheid om een ander dynamisch in plaats van statisch te benaderen. Ze stellen voor om dichter aan te sluiten bij de netwerkliteratuur, om meer op instituties in te gaan en om een evolutionair perspectief te hanteren, zodat tijd-plaats-vergelijkingen tussen ecosystemen genaakt kunnen worden.

Onderzoekers op het gebied van ecosystemen

Prof.dr. Daniel Isenberg (hoogleraar Entrepreneurship aan Babson College (Brookline, VS) en directeur van het  Babson Entrepreneurship Ecosystem Project) is de founding father van het concept Ecosysteem.

Prof.dr. Loet Leydesdorff (hoogleraar Wetenschapscommunicatie en innovatie, Universiteit van Amsterdam) introduceerde samen met Henry Etzkowitz het begrip triple helix, de wisselwerking tussen kennisinstellingen (met name universiteiten), bedrijven en regionale overheden.

Prof.dr. Erik Stam (hoogleraar Strategie, Organisatie en Ondernemerschap) is in Nederland de belangrijkste hoeder van het gedachtengoed over Ecosystemen voor ondernemerschap.

Referenties en aanbevolen literatuur

Philip Auerswald, 2015, Enabling entrepreneurial ecosystems, Kansas City (Missouri): Ewing Marion Kaufmann Foundation.

AWT, 2014, Briljante bedrijven, effectieve ecosystemen voor ambitieuze ondernemers, Den  Haag: Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie.

Barbara Baarsma & Jules Theeuwes, 2009, ‘Publiek belang en marktwerking: Argumenten voor een welvaartseconomische aanpak, Hoofdstuk 2 in: Marktwerking en Publieke Belangen, Preadviezen 2009 van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde.

Yana Borissenko & Ron Boschma, 2916, A critical review of entrepreneurial ecosystems towards a future research agenda, Working paper Utrecht University.

Hugo Erken, Hans Stegeman & Roy Thurik, 2016, Het belang van innovatie, onderwijs en ondernemerschap voor groei, ESB  101(4741), 600-603.

ESB, 2014, Dossier Ecosystemen voor ondernemen.

Richard Florida, Patrick Adler & Charlotta Mellander, The city as innovation machine, Working paper University of Toronto.

George Foster  et al., 2013, Entrepreneurial ecosystems around the globe and company growth dynamics, Geneve: World Economic Forum.

Henri de Groot, Ioulia Ossokina & Coen Teulings, 2016, ‘Hoogopgeleiden als motor voor stedelijke groei: historie, toekomst en beleidsimplicaties’, TPE Digitaal 10-2, blz. 89-103.  (Deze special van TPE Digitaal is in zijn geheel gewijd aan regionale en ruimtelijke dynamiek.)

David Hamers, 2016, De innovatieve stad, Den Haag: Planbureau voor de leefomgeving.

Daniel Isenberg, 2014, ‘What an entrepreneurship ecosystem actually is’Harvard Business Review, May 12, 2014.

Colin Mason & Ross Brown, 2014, Entrepreneurial ecosystems and growth oriented entrepreneurship, Parijs: OESO.

Nora Neuteboom & Jasper Lukkezen, 2015, Structurele determinanten van de groei in Europa, CPB Achtergronddocument, Den Haag: Centraal Planbureau.

Michael Porter, 1998, ‘Clusters and the New Economics of Competition‘, Harvard Business Review, nov/dec 1998 (reprint 98509).

Otto Raspe, Peter Zwaneveld & Sara Delgado, 2015, De economie van de stad, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving / Centraal Planbureau.

Erik Stam, 2014a, ‘Ecosystemen voor ambitieus ondernemerschap’, in: ESB, 2014, Dossier Ecosystemen voor ondernemen.

Erik Stam, 2014b, The Dutch Entrepreneurial Ecosystem, Utrecht: Birch Research.

Erik Stam, 2015, ‘Entrepreneurial Ecosystems and Regional Policy: A Sympathetic Critique ‘European Planning Studies 23:9, 1759-1769.

Anet Weterings, Frank van Oort, Otto Raspe & Thijs Verburg, 2007, Clusters en economische groei, Den Haag: Ruimtelijk Planbureau.

WRR, 2013, Naar een lerende economie – investeren in het verdienmodel van Nederland, Amsterdam: Amsterdam University Press.