Siemens Hengelo dicht
17 november 2017
SER: mbo moet aanpassen aan veranderende arbeidsmarkt
19 november 2017
Laad alles

Kloof groeit tussen succesvol en stagnerend mkb

DEN HAAG – Het mkb presteerde in 2016 beter dan het grootbedrijf: de mkb-bijdrage aan het BBP steeg in 2016 met 4,4% en de werkgelegenheid groeide met 2,9%, vergeleken met een plus van resp. 1,5% en 1,4% bij het grootbedrijf. Wel groeien de verschillen tussen succesvolle mkb-koplopers en de grote groep daaronder. 

Dat blijkt uit de jaarlijkse Staat van het MKB van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering. Het mkb was in 2016 goed voor 72% van de werkgelegenheid en 62% van het BBP. In internationaal opzicht scoort het Nederlands mkb op het gebied van arbeidsproductiviteit goed, met uitzondering van de groep zzp’ers en microbedrijven (2-9 werkzame personen). Volgens het Comité staat dit succes echter onder druk: het mkb heeft meer problemen om vacatures vervuld te krijgen, en kan door zijn schaalgrootte niet optimaal profiteren van innovatie en digitalisering. Daardoor wordt de productiviteitsgroei afgetopt. De productiviteit groeide het sterkste in het middenbedrijf, met een omvang van 50 tot 250 werkzame personen.

Grootteklasse Productiviteitsgroei 2010-2016
zzp -1,17%
microbedrijf (2-9 werkzame personen) +2,31%
kleinbedrijf (10-49 werkzame personen) +0,23%
middenbedrijf (50-250 werkzame personen) +3,14%
grootbedrijf (> 250 werkzame personen) +2,24%

Een belangrijke opgave wordt het om voldoende goede mensen aan te trekken, op te leiden en om te scholen. Daarbij wordt o.m. gewezen op het model van het beroepsonderwijs in Duitsland en het Deense flexicuritymodel. De regionale samenwerking tussen bedrijven en middelbaar en hoger beroepsonderwijs, via o.m. centra voor innovatief vakmanschap (MBO), centres of expertise (HBO), moet worden versterkt. Regionale financieringstafels, zoals die nu al ingericht zijn in Limburg en Noord-Brabant, geven financiers meer inzicht in het potentieel en de risico’s van ondernemers. Dit zorgt voor een effectieve bundeling van kennis en kapitaal.

Industrie profiteert meest van schaalgrootte

De best presterende 20% van bedrijven is verantwoordelijk voor 70% (grootteklassen 10-49 en 50-250) tot 74% (zzp en 2-9 werkzame personen) van de toegevoegde waarde in hun grootteklassen. Schaalvoordelen verschillen tussen sectoren. In het grootbedrijf kunnen industriële bedrijven de schaalvoordelen het beste benutten, met een hoge productiviteit als resultaat. In het middenbedrijf haalt de top van de zakelijke dienstverleners de hoogste productiviteit, maar zijn er nauwelijks sectorale verschillen tussen de minder presterende groepen. In het microbedrijf doen industrie en handel het beter dan zakelijke dienstverleners.

Comments are closed.