Silicon Valley: talent en aanpassingsvermogen

Bij bloeiende ondernemers, entrepreneurship en ontwikkeling denken we al snel aan Silicon Valley. Het gebied San Francisco/Silicon Valley  (Bay Area) bestaat uit 101 steden, verspreid over negen counties. San José is met ruim 1 mln inwoners de grootste stad, nog voor San Francisco (900.000); Palo Alto telt nog geen 70.000 inwoners, en Apple-thuisbasis Cupertino tikt net de 60.000 aan. De regio functioneert als één geheel waar 7 mln mensen werken en wonen. San Francisco wordt niet tot de kern van Silicon Valley gerekend, maar is wel de kraamkamer van startups; als ze succesvol zijn, verplaatsen ze zich naar het zuidelijker en landelijker Silicon Valley. Sinds 2010 is het aantal werknemers in deze regio bijna twee keer zo snel gegroeid als in andere Amerikaanse steden. In 2013 was de productiviteit in de Valley 62% hoger dan het gemiddelde in de rest van de VS. Het is dus duidelijk een succesverhaal van hoe ondernemers, in de juiste omgeving, het  verschil kunnen maken.

Maar er zijn ook uitdagingen. Infrastructuur is niet meegegroeid, huizenprijzen in de regio zijn twee keer zo hoog als in New York City, er wordt relatief steeds minder geïnvesteerd in R&D, en Amerikaans talent verkiest Austin of Seattle boven Mountain View. Regionale samenwerking tussen gemeenten en counties gericht op een duurzame economische ontwikkeling ontbreekt.

Toch blijft de vraag: kan het Silicon Valley ecosysteem voor ondernemers gerepliceerd worden?

Silicon Valley: netwerken met dezelfde mindset

Veel regio’s zien in Silicon Valley hun lichtend voorbeeld als het gaat om een excellent ecosysteem voor ambitieuze bedrijven, met een grote rol voor kennisinstellingen en durfinvesteerders. AnnaLee Saxenian bracht als een van de eerste onderzoekers dit netwerk in beeld, o.a. door gesprekken met tientallen sleutelfiguren en een vergelijking met het technologiecluster in Boston (‘Route 128’).

Wat Silicon Valley zo sterk maakt, aldus Saxenian, is een hecht netwerk van met elkaar door R&D en productie verknoopte bedrijven, die daarnaast ook zelfstandig een positie hebben. Ze worden geleid door ondernemers, niet door managers. Wie hier werkt, deelt een passie voor technologie, en durft samen te werken zonder formele of juridische basis. Saxenian wijst erop dat hierdoor een grijs gebied ontstaat waarin er weinig onderscheid is tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ het bedrijf. Ondernemers die zoeken naar vernieuwing negeren dit – volgens Saxenian economisch-theoretische – onderscheid tussen ‘inside’ en ‘outside’: ze werken samen over de grenzen van hun eigen organisatie heen. Samenwerking wordt zo in de regio de standaard, zonder concurrentie overigens uit te sluiten. Zo’n flexibele productiestructuur die verschillende bedrijfstakken koppelt, is voor regiobesturen lastiger te managen, maar het systeem is minder kwetsbaar dan een regio waar grote, geïntegreerde bedrijven dominant zijn als veranderende marktomstandigheden of technologieën reorganisaties vereisen.

Een eeuw terug

Vaak wordt beschreven dat het succes van Silicon Valley begon in 1955, toen William Shockley, de co-uitvinder van de transistor bij Bell Laboratories, Shockley Transistor Corporation oprichtte in Palo Alto. Echter: William Redington Hewlett en David Packard richtten, met steun van hun Stanford-decaan Frederick Terman, hun bedrijf Hewlett-Packard op in 1938. Toch waren ook zij niet de pioniers. Hewlett en Packard bouwden voort op een ecosysteem dat in de voorafgaande dertig jaar al was gevormd. Daarvoor is het nodig om naar de gehele Bay Area te kijken, en de verhouding tussen de westkust en de oostkust.

Begin 20ste eeuw leverde Stanford al uitstekende technici af. De behoefte aan draadloze communicatie nam toe, onder andere door de groei van zowel de koopvaardij als de Amerikaanse militaire vloot. Radio-amateurs en hobbyisten verkenden de mogelijkheden van de ether. Deze opkomende markt voor communicatie lokte een continue stroom van technologische innovaties en patenten uit in componenten en productie, zowel aan de west- als aan de oostkust. De groeiende corporates AT&T en RCA kochten deze innovaties en patenten vaak op om ze commercieel onschadelijk te maken. De buzz rondom de uitvinder-ondernemers in Bay Area – o.a. Elwell, Fuller, DeForest, Litton, Heintz, Moseley, Eitel – trok ook toen al buitenlands talent, bijvoorbeeld uit Denemarken en Rusland. Medewerkers werden gestimuleerd om voor zichzelf te beginnen, en zo hun vindingen te kapitaliseren in de groeiende markten. Hun plannen werden gefinancierd door lokale investeerders zoals Rayfield, Crocker en McMicking. Volgens Sturgeon was de strijd tegen de groeiende macht van de corporates van de oostkust in de jaren 1910-1940 een drijfveer voor de ‘vrijbuiters’ in Bay Area om voorop te blijven lopen in technologie en ondernemerschap. In de daaropvolgende decennia groeide de samenwerking tussen universiteiten, federale en private onderzoeksinstellingen en ondernemers verder. Stanford Industrial Park (later: Stanford Research Park) leverde vanaf 1951 hierin een belangrijke bijdrage, evenals het systeem van technology transfer.

Menselijk talent grootste actuele opgave

Silicon Valley heeft zich telkens weten te vernieuwen zodra technologieën volwassen werden, markten verzadigd raakten of wegvielen. Tussen 1950-1970 vormde het Amerikaans ministerie van Defensie de aanjager van innovatie. Vanaf medio jaren ’70 tot in de jaren ’80 surfte Silicon Valley op de toppen van de halfgeleiderindustrie (o.a. Shockley, Fairchild, Intel). In de jaren ’90 kwam de groei vanuit de opkomende PC-industrie (o.a. Apple) en sinds de late jaren ’90 is internet de driver. Ruim een kwart van de werkgelegenheid bevindt zich in innovatieve sectoren (o.a. bio- en cleantech, software & internet, high tech maakindustrie). In Boston is dat 18%, in New York 14%. Dit succes kent een keerzijde. De aantrekkingskracht en snelle groei leiden tot congestie, hoge woningprijzen en een groeiende kloof met Amerikanen die geen aansluiting vinden met de kennisintensieve economie. Ondernemers roepen dan ook op tot bestuurlijke samenwerking en een collectieve regionaal-economische strategie om te investeren in randvoorwaarden zoals bereikbaarheid, huisvesting en ruimtelijke ordening.

Het succes van Silicon Valley is toe te schrijven aan de ‘human factor’: een sterke concentratie van technologietalent met een ondernemende inslag uit binnen- en buitenland. In 2015 sloegen topondernemers (Silicon Valley Leadership Group) en burgers (Silicon Valley Community Foundation) de handen ineen voor het Silicon Valley Competitiveness and Innovation Project. Het aantrekken, behouden en begeleiden van internationaal, nationaal en lokaal talent wordt beschouwd als de belangrijkste actuele opgave. Getalenteerde Amerikaanse alumni prefereren nieuwe innovatiehotspots als Austin en Seattle. Van de softwareontwikkelaars heeft 70% een niet-Amerikaans paspoort; 56% van de werknemers in innovatieve sectoren is van buitenlandse origine. Wetgeving die immigratie en internationale handel tegenwerkt, baart ondernemers uit Silicon Valley in toenemende mate zorgen.

Meer lezen

Blog van Maarten Steinbuch, hoogleraar automotive technology Technische Universiteit Eindhoven, na het bezoek van de Nederlandse handelsmissie aan Silicon Valley (januari 2017)

Infographic van Accenture  over het entrepreneurial ecosystem in Silicon Valley.

economie-voorbeeld

Bron: Accenture Institute for High Performance, 2013

Bay Area Council Economic Institute (2015): A Roadmap for Economic Resilience. The Bay Area Economic Strategy

CoEcon (2015): Silicon Valley Competitiveness and Innovation Project. A Dashboard and Policy Score Card for a Shared Agenda of Prosperity and Opportunity.

London-Stanford-Cambridge Corridor Growth Commision (2016): Corridors and Tech Regions: International Case Studies. San Francisco and Silicon Valley.

Saxenian, A. (1996): Inside-Out: Regional Networks and Industrial Adaptation in Silicon Valley and Route 128. In: CityScape 2 (2), May 1996

Sturgeon, T.J. (2000): How Silicon Valley Came to Be. In: Kenney, M.: Understanding Silicon Valley. The Anatomy of an Entrepreneurial Region. Stanford: Stanford University Press.