Ondernemerschap

In de loop van de geschiedenis is over de rol van ondernemers in de economie verschillend gedacht. Van Praag (1999) geeft een historisch overzicht van de plaats van de ondernemer in de economische theorie. Ondernemerschap gaat zowel over het ondernemer zijn, als over ondernemend handelen. Die twee begrippen komen samen in de rollen die ondernemers in de economie vervullen. Wennekers & Van Stel (2015) presenteren daar een helder en actueel overzicht van:

  • het onderkennen van kansen (‘opportunities’);
  • het nemen van beslissingen met onzekere uitkomsten en het dragen van risico;
  • het exploreren van en experimenteren met nieuwe mogelijkheden en het daarmee vermeerderen van kennis;
  • het introduceren van radicale innovaties (mogelijk uitmondend in de ‘creatieve destructie’ van Schumpeter);
  • het introduceren van stapsgewijze (‘incrementele’) innovaties;
  • het verspreiden van innovatie, door andermans innovaties (in verbeterde vorm) te kopiëren;
  • het aanbieden van werk op projectbasis, om zodoende de vaste kosten en het financiële risico van grote bedrijven te verminderen;
  • het toegang bieden tot de arbeidsmarkt aan ‘outsiders’, zoals immigranten.

Deze taken laten zien hoe veelzijdig het begrip ondernemerschap is. Alleen al in de economisch gebonden rollen gaat het naast economische aspecten (risico en verantwoordelijkheid dragen) om technologische vooruitgang (innovatie) en om institutionele zaken (het functioneren van de arbeidsmarkt).

Ambitieus ondernemerschap

In de Engelstalige literatuur heeft het begrip ‘entrepreneurship’ een smallere lading dan wat in het Nederlands ‘ondernemen’ heet. Entrepreneurship wordt geassocieerd met vernieuwing (start-ups, innovatie), terwijl voor ondernemen het werken voor eigen rekening en risico minstens zo belangrijk is. Bij ecosystemen voor ondernemerschap draait het om ambitieuze ondernemers, waarbij ambitie geassocieerd wordt met innovatie en groei – entrepreneurship dus. Zie Stam et al. (2012) voor een uitwerking van het begrip ‘ambitieus ondernemerschap’ en een zeer uitgebreid literatuuroverzicht, en EZ (2014) voor een uitwerking in een beleidsagenda.

Ondernemerschap als proces

In de economische theorie werd entrepreneurship aanvankelijk als iets dichotooms gezien: je bent ondernemer of je bent het niet. Sahlman & Stevenson maakten in 1992 een beeldend onderscheid tussen twee soorten bedrijven:

  • ‘administrative (managerial)’, gericht op het optimaal inzetten van bestaande middelen (arbeid, kapitaal , kennis); versus
  • ‘entrepreurial’, gericht op het mobiliseren van middelen, om nieuwe mogelijkheden te exploreren en te realiseren.

In de moderne theorie is die dichotomie er niet meer. Entrepreneurship wordt gezien als een proces, waarin nieuwe ideeën ontwikkeld worden. Die ideeën worden in de vorm van nieuwe ondernemingen naar de markt gebracht (Shepherd, 2015; Wennekers & Van Stel, 2015). Het ondernemend proces begint met het herkennen van kansen, de overtuiging krijgen dat die kansen realiseerbaar zijn, het besluit nemen om daar in te investeren (tijd, geld), en het bijeenbrengen van mensen, kennis en middelen (resources) om dat te gaan doen. Al die fasen hebben hun eigen kenmerken. Er zijn omslagfases, waarin een het ‘latente ondernemerschap’ (kansen herkennen) overgaat in ondernemend denken (de haalbaarheid beoordelen) en vervolgens in ondernemend doen (investeren, organiseren). Dit proces kan zich voltrekken bij ambitieuze start-ups en scale-ups, maar ook bij op groei en innovatie middelgrote en grote bedrijven.

Waar komt ondernemerschap vandaan?

Er bestaat een groot corpus aan wetenschappelijke literatuur over de vraag waar ondernemerschap vandaan komt. Shepherd (2015) geeft een zeer uitgebreid (maar wel erg academisch) overzicht. Dat is inherent multidisciplinair:

  • Psychologisch-cognitief: vergt het vermogen om kansen te herkennen, en om beslissingen te nemen over onzekere processen, speciale eigenschappen en vaardigheden, zoals creativiteit, en de bereidheid om risico’s te nemen?
  • Sociaal-cultureel: is het maatschappelijk gezien aanvaardbaar om ondernemersrisico te nemen en daarin mogelijk te falen? Is het kansen herkennen en uitwerken inherent een individuele aangelegenheid, of komt het ook aan op de interactie met andere partijen?
  • Institutioneel: zijn wet- en regelgeving gericht op het faciliteren van ondernemerschap en het belonen van succes? Past de regelgeving zich snel genoeg aan nieuwe vormen en gedachten aan?
  • Economisch: is er een financieringsmarkt (risicodragend vermogen, krediet, tussenvormen) voor start-ups en scale-ups, hebben start-ups voldoende toegang tot afzetmarkten?

Een belangrijke vraag is of ondernemerschap een aangeboren talent is, of een aanleerbare vaardigheid. Lazear (2005) betoogt in een klassiek artikel dat ondernemerschap vooral veelzijdigheid vergt. Mensen met gemengde ervaringen in opleiding en werk hebben een grotere kans om voor zichzelf te beginnen.

De ondernemerschapseconomie

Thurik, Stam & Audretsch (2013) leggen uit hoe wat zij de managementeconomie (‘managed ecomomie’) noemen, in de periode vanaf circa 1985 is omgeslagen in een ondernemerschapseconomie. De managementeconomie draaide op schaalvoordelen en gestandaardiseerde, planmatige productie en innovatie. In de ondernemerschapseconomie gaat het om kleinschalige en gedifferentieerde innovatie, en het ontstaan van steeds nieuwe ondernemingen. De ICT-revolutie was daarbij een belangrijke bepalende factor: PC en internet verschaften rekenkracht die geen grote schaal meer behoefde. Toegang tot technologie was niet meer voorbehouden aan grote bedrijven. De val van het communisme en de vlucht van de globalisering versterkten die trends. Kennis werd belangrijker, waarmee de onzekerheid en onvoorspelbaarheid van de economie toenamen – omstandigheden waarin ondernemerschap (keuzes maken onder onzekerheid, risico’s nemen) belangrijker werd. Deze omslag heeft volgens de auteurs grote gevolgen voor het economisch beleid. Dat moet erop gericht zijn om de ondernemerschapseconomie te bevorderen, door toetredingsdrempels laagte houden, door te zorgen dat kennis toegankelijk is en arbeid mobiel, en door de kracht van regionale clusters zoveel mogelijk te benutten. De focus in het beleid verschuift daarbij van nationaal naar regionaal.

De baten van ondernemerschap

Waar ondernemerschap vandaan komt is één ding, nog belangrijker is wat het oplevert.  Bij ecosystemen voor ondernemerschap staat het rendement op ondernemerschap centraal. Ondernemerschap (in termen van attitude, denken en doen) wordt beïnvloed door economische en psychologische en sociaal-culturele factoren. Daadwerkelijk uitgeoefend ondernemerschap heeft op zijn beurt ook zijn weerslag op economie en samenleving. In economentermen: ondernemerschap heeft zowel een endogeen als een exogeen karakter.

De invloed van ondernemerschap op de economie wordt in de regel als positief ervaren. Om markten te laten functioneren zijn er partijen nodig die het risico dragen, innovativiteit vergt een ondernemende attitude, de ambitie van ondernemers draagt bij aan werkgelegenheid en groei, de winstprikkel van de ondernemer waarborgt doelmatigheid. Wennekers & Van Stel (2015) onderkennen daarbij ‘finale effecten’ (zoals groei, inkomensvorming, werkgelegenheid, vergroening van de economie) en ‘intermediaire effecten’ (exploratie, vernieuwing, toepassing en verspreiding van innovaties, emancipatie en toegang tot de arbeidsmarkt), die indirect kunnen leiden tot finale effecten. Van Praag & Versloot (2007) presenteren een meta-overzicht van empirische bevindingen van de baten van ondernemerschap, die overwegend –maar niet strikt– positief zijn.

Sociale impact van ondernemerschap

De laatste tijd is er ook aandacht voor de vraag in hoeverre ondernemerschap bijdraagt aan welzijn en gezondheid. Shepherd (2016) breekt in dat verband een lans voor sociaal ondernemerschap, met een institutionele omgeving waarin de baten van ondernemend gedrag zoveel mogelijk aan de samenleving ten goede komen, en niet alleen aan de betrokken entrepreneurs.

Voorwaarden aan de omgeving

Het is ook belangrijk te weten aan welke voorwaarden voldaan moet worden om ondernemerschap tot bloei te doen komen. Ondernemerschap kan immers ook negatief uitpakken. Baumol (1990) wees er op dat als de institutionele omgeving (‘the rules of the game’) niet goed is gedefinieerd, ondernemend vernuft contraproductief kan worden ingezet, niet gericht op innovatie en groei maar bijvoorbeeld op het beschermen van monopolieposities in plaats van deze aan te vallen.

Referenties en aanbevolen literatuur

AWT, 2014, Briljante bedrijven, effectieve ecosystemen voor ambitieuze ondernemers, Den  Haag: Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie.

William Baumol, 1990, ‘Entrepreneurship: productive, unproductive, and destructive’, Journal of Political Economy, 98(5), 893–921.

Ministerie van Economische Zaken, 2014, Ambitieus ondernemerschap. Een agenda voor startups en groeiers. Den Haag: Ministerie van Economische Zaken.

Edward Lazear, 2005, ‘Entrepreneurship‘, Journal of Labor Economics 23(4), 649-680.

G.T. Lumpkin & Gregory Dess, 1996, ‘Clarifying the entrepreneurial orientation construct and linking it to performance’, The Academy of Management Review 21(1), 135-172.

Mirjam van Praag, 1999, ‘Some classic views on entrepreneurship’,  De Economist 147(3), 311-335.

Mirjam van Praag & Peter Versloot, 2007, ‘What is the value of entrepreneurship? A review of recent research’, Small Business Economics 29, 351-282.

William A. Sahlman  & Howard H. Stevenson, 1992, The entrepreurial venture, Boston Ma: Harvard Business School Publications.

Dean A. Shepherd, 2015, ‘Party On! A call for entrepreneurship research that is more interactive, activity based, cognitively hot, compassionate, and prosocial‘, Journal of Business Venturing, March 2015.

Erik Stam et al., 2012, Ambitious entrepreneurship. A reviewof the academic literature and new directions for public policy. Den Haag: Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid.

Roy Thurik,  Erik Stam & David  Audretsch, 2013, ‘The Rise of the Entrepreneurial Economy and the Future of Dynamic Capitalism’, Technovation, 33(8-9), 302-310.

Sander Wennekers & André van Stel, 2015, ‘Incorporating roles and types of entrepreneurship in the entrepreneurial ecosystem approach’, Hoofdstuk 2 in: André van Stel (redactie), 2015, Types and roles of entrepreneurship – The value of different types of entrepreneurs for the Dutch economy and societyZoetermeer: Panteia/Scales.

Leerboeken over ondernemerschap

William D. Bygrave & Andrew Zacharakis (red.), 2009, The Portable MBA in Entrepreneurship (4th ed.), Hoboken NJ, John Wiley & Sons.

David Storey & Francis Greene, 2010, Small Business and Entrepreneurship, Harlow: FT Prentice Hall.

Ondernemerschapsonderzoekers in Nederland

Prof.dr.  Mirjam van Praag, hoogleraar Entrepreneurship, Universiteit van Amsterdam

Prof.dr. Erik Stam, hoogleraar Strategie, Organisatie en Ondernemerschap, Universiteit Utrecht

Prof.dr. Roy Thurik, Hoogleraar Ondernemerschap, Erasmus Universiteit Rotterdam en Vrije Universiteit Amsterdam

Expertise ondernemerschap

In Nederland staat ondernemerschap bij alle universiteiten en hogescholen op het programma. Op de pagina Wie-is-wie is een opsomming te vinden van alle leerstoelen (universiteiten) en lectoraten (hogescholen) met de termen ondernemerschap en/of entrepreneurship in de titel.

 

Ondernemerschapscentra

Dutch Centers for Entrepreneurship is het samenwerkingsverband van ondernemerschapscentra van de Nederlandse universiteiten en hogescholen.  Deze centra bieden ondersteunende programma’s voor ondernemende staf en studenten, en het lokale bedrijfsleven. In DutchCE zijn verenigd:

ACE: Amsterdam Center for Entrepreneurship (Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam)

Centre for Entrepreneurship Windesheim (Hogeschool Windesheim)

DCE: Delft Center for Entrepreneurship (TU Delft)

ECE: Erasmus Center for Entrepreneurship (Erasnmus Universiteit)

Enterpreneurship @ HU (Hogeschool Utrecht)

Fontys Centrum voor Ondernemerschap (Fontys Hogescholen)

HAN CvVO (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)

MC4E: Maastricht Center for Entrepreneurship (Maastricht University)

Rotterdam Centre for Entrepreneurship and Business Innovation (Hogeschool Rotterdam)

Saxion Centre for Entrepreneurship (Saxion Hogeschool)

TCE: Tilburg Center of Entrepreneurship (Tilburg University)

UGCE: University of Groningen Center of Entrepreneurship (Rijksuniversiteit Groningen)

UtrechtCE:  Utrecht Center for Entrepreneurship (Universiteit Utrecht)

Young Entrepreneurs Zuyd (Hogeschool Zuyd)

In Twente is VentureLab Twente  (TU Twente) actief